vrijdag 17 juli 2015

Vuurtorens langs de kust van de Zuiderzee


Vrijdag 17-7. Een front raast over Nederland, vannacht regen en nu harde wind Bft 6-7. We blijven nog maar even liggen !
Gisteravond zagen we de zon ondergaan op een bankje onder de vuurtoren. Tijdens het lezen van een aangebrachte plaquette bij de ingang, wordt onze belangstelling gewekt voor de geschiedenis van deze vuurtoren, en ook van andere zoals het Paard van Marken waar we vaak langs zijn gevaren. En vandaag is de toren voor bezoekers geopend, een mooie gelegenheid om die van binnen te bekijken en aanvullende historische informatie in te winnen.


De vuurtoren van Urk

Al in 1617 wordt op Urk een kolenvuur ontstoken ter beveiliging van de vitale scheepvaartwegen naar Amsterdam en het achterland. In 1699 wordt het verlichtingssysteem uitgebreid met vuurtorens te Marken, Enkhuizen (De Ven) en IJdoorn (Durgerdam).

Voor de vuren moeten de schepen op de Zuiderzee jaarlijks belasting betalen. Als bewijs van betaling ontvangen ze een ‘bakenloodje’, met een afbeelding van de ‘Suyderzeese Vuur Bakens’, en het betreffende jaartal.  Ontvanger van de vuurgelden is de stad Amsterdam, in die functie draagt ze de verantwoording voor het toezicht op de kustverlichting langs de Noordzee en de Hollandse kust van de Zuiderzee (in die tijd hoort Urk bij Holland).

In 1809 (in de Franse tijd, onder de eerste koning van Nederland, de Fransman Louis Bonaparte, broer van Napoleon) wordt het vuurbaken van Urk voorzien van een olielamp. In 1813, onder het bewind van de kersverse koning Willem I, komt het beheer van de vuren, tonnen en bakens onder het departement van Marine.

In 1837 wordt een vierkante baak gebouwd, die in 1844 weer wordt afgebroken. In plaats daarvan wordt de 18,5 meter hoge vuurtoren in de huidige vorm gebouwd, volgens een ontwerp van de inspecteur Maritieme Werken J.Valk.
De vuurtoren is de enige langs het IJsselmeer en het Markermeer die de beschikking heeft over een draailicht voorzien van lenzen. Stuwende kracht achter de toenmalige verbetering van de kustverlichting is de inspecteur-generaal over het loodswezen jhr. A.C. Toet. Zijn naam staat vermeld op de gedenksteen bij de toegangsdeur van de toren.

De vuurtoren van Urk is thans in beheer bij Rijkswaterstaat. Het licht is elektrisch, met een lichtsterkte van 40000 Cd. De 6-delige fresnellens draait linksom met een snelheid van twee omwentelingen per minuut, wat resulteert in 1 schittering per 5 seconden. Het licht is volledig geautomatiseerd, maar in noodgevallen kan de aandrijving plaats vinden door een ronddraaiende horizontale trommel waarover een kabel is gewikkeld en waaraan een gewicht hangt. Er is voorzien in een handmatig opwindmechanisme, iedere 2 uur moet het gewicht weer omhoog worden gehesen. 
In 2009 is er bij onderhoudswerkzaamheden een nieuw koperen dak op de lichtkoepel aangebracht.

De Marker vuurtoren (Het Paard van Marken)

De Urker vuurtoren lijkt als twee druppels water op die van Marken, die bekend staat als ‘Het Paard van Marken’, niet zo gek want ze zijn van dezelfde ontwerper. De Marker vuurtoren is gebouwd in 1839 op de oostelijke punt van het eiland. De toren heeft een hoogte van 16 meter en een lichtbereik van 16,7 km.

Het karakteristieke ontwerp van de vuurtorens van Urk en Marken is van J.Valk, die de vuurtorens ontwierp voor Hellevoetsluis (1822), Fort Kijkduin (1822, afgebroken), Egmond aan Zee (1833), Vlieland (1836, afgebroken), en Urk (1844).

De eerste Marker vuurtoren in 1700 is vierkant van vorm. Dit is een van drie vuurtorens aan de oostzijde van de Zuiderzee bij Marken, De Ven en Durgerdam waartoe in 1699 wordt besloten om de route van de Waddenzee naar Amsterdam te markeren. De torens zijn voorzien van olielampen volgens het ontwerp van Jan van der Heyden.

In 1817 geeft de koning toestemming voor het sluiten van een onderhands contract voor aanbesteding van reparaties aan de vuurtoren op Marken en voor de levering van benodigde materialen.

In 1838 wordt de directeur-generaal van Marine gemachtigd voor het slopen van de oude toren tot op de fundering, en voor de bouw van een geheel nieuwe ronde stenen toren, en van een woning voor de torenwachter. Op de toren moet een catadioptrisch lichttoestel van de vierde orde, naar ontwerp van Fresnel geplaatst worden.
(zie : https://nl.wikipedia.org/wiki/Fresnellens )

Op 20 juni 1839 legt kapitein-luitenant ter Zee Jhr. Herman Adr. Van Karnebeek, tijdelijk onderinspecteur van het Loodswezen te Amsterdam, de eerste steen. Het licht wordt al op 14 november 1839 voor de eerste maal ontstoken. De toren is vanaf de bouw voorzien van een mistbel. In 1919 wordt de mistbel vervangen door een misthoorn. De misthoorn is sinds 2001 buiten werking.

Recent heeft de huidige bewoner de mistbel teruggeplaatst, en wordt er gewerkt aan het opnieuw werkend maken van de misthoorn. Voor de lucht zorgt een oude Bronsmotor uit 1919. De motor is uniek, goed voor 5pk. Afkomstig uit Appingedam, met bouwnummer 1350. Een enorm gevaarte, dat een even antieke compressor aandrijft.

Regelmatig heeft de vuurtoren last van kruiend ijs. In 1971 was dit zo erg dat de toren enkele centimeters van zijn plaats werd geduwd. Momenteel wordt de vuurtoren bewoond.
Sinds 1970 bezit de toren de status rijksmonument.

Voor meer info zie http://www.thijsvandetoren.nl/Techniek.html
en https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_vuurtorens_in_Nederland

Hieronder de overige twee oude vuurtorens in deze reeks, die uit Durgerdam en De Ven :

Durgerdam : Aanvankelijk is de vuurtoren een vierkant, stenen gebouw. De vuurtoren is in 1893 vervangen door een achtkantige, conische, opengewerkte toren van gietijzer en profielstaal. De toren telt vijf etages waarvan de bovenste, het lichthuis, gesloten is. Voor de vuurtorenwachter is een aparte Lichtwachterswoning gebouwd, de huidige dateert uit 1951. De vuurtoren is sinds 1981 een rijksmonument. In 2001 wordt het mistsein uitgeschakeld. Het licht in de vuurtoren wordt in 2003 gedoofd, na de pensionering van de laatste vuurtorenwachter. Sinds 2005 is het licht weer in bedrijf.

Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Vuurtoreneiland

De Ven : Van de drie torens is alleen De Ven nog de originele. In 1819 brandt De Ven met haar houten binnenmuren uit, en moet worden hersteld. Het lichthuis is vernield en alleen de buitenmuren staan nog overeind. De noodverlichting die men plaatst doet dienst tot 1834, als de toren wordt voorzien van een nieuw lichthuis waarvan de optiek is uitgevoerd met een Fresnellens.
Naast de vuurtoren staat tot ver in de twintigste eeuw een seinpaal, die door middel van dagmerken en bollen aanwijzingen over wind, water en storm geeft aan de passerende schepen. Op het lichthuis bevindt zich een walmbol, die ervoor zorgt dat condens wel naar buiten kan, en de regen niet naar binnen. Sinds 1966 is de toren een rijksmonument.

Op 16 april 2009 wordt het licht gedoofd, omdat de sectoren de vaargeul vanaf Lemmer niet goed meer kunnen markeren. Na protest is het licht op 21 oktober 2009 toch weer ontstoken. De rode sectoren zijn verwijderd.
Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Ven



Geen opmerkingen:

Een reactie posten