Donderdag 24-6-2016. 's Ochtends is het weer om in bed te blijven liggen, de regen klettert tegen de ramen. Pas aan het eind van de ochtend begint het op te knappen, en komt er overal leven in de brouwerij. De bevoorrading van de winkels in het dorp gebeurt altijd na aankomst van de ochtendboot, de schappenvullers kunnen pas na twaalven aan het werk. Voor ons de tijd om inkopen te doen.
Zeventig jaar geleden kampeerden mijn ouders ook al op Vlieland, in de duinen tussen bos en zee, ten noorden van het dorp. Kampeervoorzieningen waren er nauwelijks, er waren enkele pompen geslagen, waarmee grondwater was op te pompen. Je vroeg vantevoren aan de boswachter of je ergens je tent mocht opslaan, en bij vertrek rekende je een symbolisch bedrag af.
In juni werd door mijn vader voor minimaal zes weken verblijf zwaar kampeermaterieel ingepakt in een aantal houten kisten, die met beurtschipper Boon naar het eiland werden verzonden, en met paard en wagen of een oude legertruck naar het duingebied werden gebracht. Tenten waren van zwaar doek, met polsdikke tentpalen, en houten haringen van respectabele lengte om grip te hebben in de slappe zandgrond. Luchtbedden en slaapzakken waren nog niet uitgevonden, geslapen werd op een met een tentzeil afgedekte dikke laag hooi, aangeleverd door de melkboer Bakker, die dagelijks met paard en wagen z'n melkproducten kwam slijten. Bakker Westers, die toen net straatarm naar Vlieland geëmigreerd was, bracht per bakfiets dagelijks brood rond. Zijn bakkerij bestaat nog steeds, maar tegenwoordig bezit hij het halve eiland, is hij eigenaar van de Westcord hotelketen en heeft hij onlangs het ss Rotterdam voor 25 miljoen Euro aangeschaft. En dat allemaal dankzij de paar guldens die hij destijds aan ons kon verdienen.
Toen ik nog baby was, ging zelfs het complete kinderledikant mee. Op het eiland kenden we bijna iedereen van naam, een neef van moeders zijde, Gerrit de Boer was de slager op het eiland. Jan Doeksen, eigenaar van de veerdienst was ook al een neef. De veerboot 'Vlieland' onder kapitein Jelle Horjus was een notedopje in vergelijking met de zeekastelen van tegenwoordig. We mochten vaak de overtocht meemaken in de stuurhut van de 'Vlieland'. In die tijd voeren er ook nog stoomschepen, de 'Schellingerland' en de 'Noord-Nederland'. Met broer Marc zaten we nogal eens op een bankje in de machinekamer, waar de prachtige triple-expansie machines dampend en bijna geluidloos hun werk deden. De karakteristieke stoomgeur kan ik me nog goed herinneren.
Niet altijd werd een volledige dienstregeling onderhouden, in stille tijden moesten Vlielandgangers in Harlingen opstappen op de boot naar Terschelling, en moest je op de Vlieree overstappen op de 'Vlieland', die de Terschellinger boot tegemoet was gevaren.
De aanlegsteiger op Vlieland was een wrakkig bouwsel aan de vaargeul, door een houten plankier verbonden met de wal. Met extreem hoogwater of storm moest de veerboot in de werkhaven aanleggen. De huidige jachthaven is gegraven als uitbreiding van die oude werkhaven.
Stormen had je in tijd tijd ook al, op het kampeerterrein veroorzaakte dat een slachting onder kampeerders met onvoldoende zwaar materieel. We hebben bij nacht en ontij nogal eens reddingsacties verricht. Een veel voorkomende strategische fout was je tent in een duinpan op te zetten, die bij overvloedige regen in een duinmeer veranderde.
De veerboot voer traditioneel altijd, ongeacht de weersomstandigheden. Het notedopje Vlieland was weliswaar zeer zeewaardig, maar kon flink tekeergaan in de zeegang tussen de eilanden. We hebben meegemaakt dat bij een afgesloten bovendek, zeezieke passagiers kotsend in de gangboorden lagen terwijl door hoge golven het water af en toe over het dek spoelde.
Tot zover de prachtige herinneringen aan de goeie oude tijd. Ondanks alle ontberingen waren dit mijn mooiste vakanties, waar ik nog vaak met veel genoegen aan terugdenk.
Het schip is nu eigendom van een Engelse commodore, die er nu mee rondvaart, met twee mooie aziatische dames als be'manning'.
Alles wat kon varen, werd destijds ingezet voor die operatie.
Verder zien we een Vlielands visbootje, dat de twee motoren van 225 PK per stuk nauwelijks kan dragen. Met 450 PK enigszins overgemotoriseerd, zullen we maar zeggen. Om over het benzineverbruik maar te zwijgen..
Dat niet alle bootjes hier regelmatig varen, is te zien aan de respectabele aangroei die sommige exemplaren vertonen. Hie kan de firma Hempel nog iets betekenen !
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Vrijdag 24-6-2016 t/m Zondag 26-6. De haven loopt op vrijdag al vroeg leeg. Afgaande op de vertrektijdstippen, gaan veel boten richting Terschelling. In loop van vrijdag en zaterdag komen ook weer veel schepen binnen, het seizoen is nu onmiskenbaar begonnen. Het weer is wisselend, de warmte is verdwenen, en een spat regen wordt afgewisseld met een zonnetje in prachtig Hollandse luchten. We maken verschillende fietstochten door bos, duin en langs het Wad. Wat is dit eiland toch prachtig. Niet voor niets staat de Waddenzee met z'n parels van eilanden sinds 2009 op de Werelderfgoedlijst van Unesco.
's Avonds gaan we lekker eten in de Dining, het restaurant op de jachthaven.
De oorspronkelijke plannen zijn om maandag 27-6 naar Terschelling te varen, en voor het weekend van daaruit terug te keren naar Harlingen, in verband met de verjaardag van Arnold. De weersvooruitzichten qua wind, zeilen en varen zijn echter van dien aard, dat we besloten hebben om het mogelijke weergat van a.s. dinsdag te benutten om naar Harlingen te varen. We houden de weersvooruitzichten nauwkeurig in de gaten, en passen de plannen zonodig aan.
Op zondag bereikt onze blog een mijlpaal : meer dan 50.000 pageviews !
Onderstaand een paar sfeerfoto's die we op onze fietstochten maakten


Geen opmerkingen:
Een reactie posten